BZL (= Begeleid Zelfstandig Leren)


Wie luistert, vergeet
Wie kijkt, onthoudt
Wie doet, leert

 Confucius

Wat is BZL?

BZL is geen nieuw vak, wel een nieuwe werkvorm. De leerlingen van het 1ste jaar ASO krijgen terzelfdertijd opdrachten van wiskunde, Frans en ICT. De leerlingen van het 1ste jaar TSO krijgen opdrachten voor wiskunde, Nederlands en ICT. Ook 2 STV gebruikt deze werkvorm voor de vakken Frans en Nederlands en wiskunde.

Je plant zelf je werk maar de opdrachten moeten af zijn tegen de vooropgestelde einddatum. Je kiest zelf de volgorde waarin je ze maakt.

De leerling: 
  • leert de leerstof zelf verwerven en verwerken
  • leert zelf plannen
  • leert zichzelf evalueren
  • bepaalt zijn eigen tempo
  • bepaalt waar en met wie hij werkt
  • neemt de verantwoordelijkheid voor zijn leerproces 
De leraar: 
  • begeleidt het leerproces van de leerlingen
  • stimuleert het leren van de leerlingen
  • zorgt voor een afwisseling van werkvormen om het leren te ontwikkelen
  • zorgt voor de nodige informatie en het materiaal zodat leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen 

Hoe werkt het systeem?

Elke deelnemende leerkracht heeft in het begin van een periode een aantal opdrachten klaar die in een map gebundeld worden. Op elke opdracht staat een begin- en einddatum. De leerling(e) komt het BZL-lokaal binnen, neemt zijn/haar persoonlijke map met opdrachten uit de kast en plant zijn/haar werk voor de 3 lesuren. De volgorde van de taken die moeten afgewerkt zijn, kunnen door de leerling zelf bepaald worden.

De opdrachten worden zelfstandig gemaakt. Indien nodig kan er hulp gevraagd worden aan een begeleidende leerkracht. Alle opdrachten worden tijdens de 3 lesuren BZL gemaakt; ze worden niet meegenomen naar huis. Tijd om te zitten prutsen of om een uitgebreid babbeltje te slaan zal er dus niet zijn!

Als een opdracht afgewerkt is, wordt die door de leerling zelf verbeterd en daarna ingediend. Daarna kijkt de leerkracht de opdracht na en vult vervolgens een evaluatiefiche in die aan de leerling wordt terugbezorgd. Als blijkt dat de opdracht niet in orde is of de leerstof niet begrepen is, kan de leerkracht remediëringsoefeningen geven. Vlugge leerlingen kunnen extra oefeningen krijgen.